|
|
Betrokkenheid als
kern van professionaliteit

1. Belevingsgerichte zorg
Belevingsgerichte zorg, dat hoor je de laatste tijd wel vaak.
Eigenlijk is het een rare term, net zoiets als biologische landbouw of
educatief onderwijs. Kan landbouw dan niet biologisch zijn? Kennelijk wel.
Kan zorg niet belevingsgericht zijn? Ja ook dat is mogelijk, als economische
overwegingen belangrijker worden dan inhoudelijke. En daarmee hebben we de
laatste jaren wel te maken. Belevingsgericht is dus een term om vast te
houden of terug te vinden wat verloren dreigt te gaan: het is dat deel van
de zorg (verzorging, verpleging) dat te maken heeft met de kwaliteit waarmee
je op iemand reageert, de creativiteit waarmee je je in iemand verplaatst en
aanvoelt hoe hij de situatie beleeft waarin hij zich bevindt. De kwaliteit
waarmee je dat doet heeft te maken met de manier waarop je zelf in het leven
staat. Het heeft dus net zoveel te maken met jezelf als met de patiënt of
cliënt.
Toch eerst nog even terug naar de cliënt/patiënt/bewoner.
De laatste jaren hebben we het steeds over vraaggestuurde zorg. En over
autonomie en keuzevrijheid. Maar wat betekenen keuzevrijheid en autonomie
als je een ernstige ziekte hebt, als je gehandicapt bent, of zo in de war of
hulpeloos dat je afhankelijk bent van anderen om te kunnen bestaan?
Het komt nog al eens voor dat de mensen die wij verzorgen
of verplegen niet overzien wat er met hen aan de hand is, geen raad weten
met de situatie, geen inzicht hebben in de ernst ervan, niet over de
creativiteit beschikken om zich een nieuwe toekomst voor te stellen. Het
zijn mensen in crisissituaties, mensen die dement zijn, situaties waarin
mensen alle reacties laten zien die je maar kunt bedenken. Reacties die je
ook uit je eigen leven kent, van jezelf of van je familieleden of vrienden.
Belevingsgerichte zorg betekent dus allereerst dat je je moet kunnen inleven
in de gevoelens en in de belevingswereld van de mensen voor wie je zorgt.
Iemand die in het verpleeg- of verzorgingshuis of in het ziekenhuis is
opgenomen kan angstig zijn, geschrokken vanwege een plotselinge ziekte, een
onverwachte wending in zijn leven. In de meer chronische zorgsituaties heb
je te maken met mensen die van zorg afhankelijk zijn en die bezig zijn
zichzelf te handhaven. Hun gedrag is vaak te begrijpen als poging om
zichzelf te beschermen en de dreiging af te wenden. Wij noemen hen dwingend,
claimend, agressief, beschuldigend, overafhankelijk, machteloos, verslagen,
klagend over lichamelijke kwalen. Maar aan hun gedrag liggen gevoelens ten
grondslag zoals verdriet om wat verloren is gegaan, boosheid vanwege de
situatie, angst voor de toekomst. Het betekent wat mij betreft ook dat een
theorie zoals de zelfzorgtheorie te weinig aandacht vraagt voor deze kant
van ziek zijn, voor deze behoefte van de ‘zorgvrager’ zoals de patiënt
tegenwoordig heet. Alleen al het woord zorgvrager is voor misverstanden
vatbaar: vraagt de persoon vrijwillig om zorg of moet hij wel?
2. Betrokkenheid
Wat is betrokkenheid? Dat is de gevoelsmatige lading van je handelen of
reageren. Betrokkenheid wil zeggen: ik geef om die ander, die ander doet er
toe. Betrokkenheid voel je als reactie op het appèl wat iemand op je doet.
Je voelt je bij de ander betrokken, je wilt iets voor die ander betekenen.
En als dat lukt geeft dat ook jezelf een goed gevoel. Maar wanneer is
betrokkenheid te groot? Als je er iets in ervaart waarmee je op dat moment
zelf worstelt. Of als de zorgrelatie een privé-relatie dreigt te worden.
Maar niet als je merkt dat je er ’s nachts mee bezig bent, dat je er van
wakker ligt, of als je in de auto op weg naar huis nog bezig bent met het
lijden van een patiënt. Dat is de existentiële lading van ons beroep en
daaraan kun je niet ontkomen! Professionaliteit wil zeggen dat je met die
existentiële lading kunt omgaan, dat je de ander ziet, volgt, aanreikt wat
hij op dat moment nodig heeft zonder dat jij er zelf emotioneel zo door
wordt geraakt dat je méé lijdt.
Dat betekent voortdurende emotionele arbeid, verwerking,
en dat gaat altijd door. Wat je ook allemaal in jezelf een plek hebt
gegeven, altijd kunnen er weer dingen gebeuren in je werk die je raken en
die je moet verwerken. En het is ook niet zo dat het per definitie
gemakkelijker wordt als je ouder wordt want dan kun je je nog beter inleven
in het verdriet, de angst, de pijn.
Al die verwerkingsprocessen vormen tezamen je geïntegreerde ervaring en hoe
verder je komt hoe meer je daaruit kunt putten.
3. Geïntegreerde ervaring
Geïntegreerde ervaring is een begrip waarvan
wij (bij IMOZ) in ons werk veel gebruik maken. Het gaat bij geïntegreerde
ervaring om alles wat je meemaakt in je werk maar ook in je privé-leven, en
de wisselwerking tussen die twee. Met andere woorden: ik ben als ik verzorg
niet iemand anders dan als ik vrij ben. Tijdens het verzorgen maak ik van
alles mee, en in mijn privé-leven ook. In mijn werk kan ik gebruik maken van
ervaringen uit mijn privé-leven, en andersom. Het gaat om algemene
menselijke gevoelens en ervaringen die we allemaal in de een of andere vorm
en vroeger of later ervaren.
Als je dus te maken hebt met een patiënt/bewoner/cliënt
in een bepaalde situatie dan maak je contact met diens gevoelswereld door de
gevoelens die je waarneemt te verbinden met soortgelijke gevoelens in
jezelf. En die gevoelens kunnen overal vandaan gekomen zijn, uit eerdere
ervaringen in je werk of uit je privé-leven. Je kunt niet alles weten maar
je kunt wel in jezelf zoeken naar een gevoel dat misschien vergelijkbaar is.
Dit alles is niet alleen een individueel maar ook een
gezamenlijk proces. Je verleent zorg met elkaar, als team. Dat betekent veel
praten, en vooral systematisch praten. Daarom hechten wij veel waarde aan de
zogenoemde belevingsgerichte bewoner- of cliëntbespreking.
Het mag er allemaal zijn maar niet als iets van jou
alleen. Je bent altijd deel van het team. In ons beroep betekent samen
verzorgen/verplegen gedurende 24-uur per dag dat betrokkenheid altijd
onderwerp is van onderlinge uitwisseling.
Betrokkenheid als bron van professionaliteit betekent dus
ook praten, verwoorden, taal ontwikkelen voor deze ervaringen, ons
realiseren dat onze beroepsgroep van alle professies het dichtste bij is.
Het meest dichtbij de mens die ziek is, gehandicapt. Wij verrichten voor hem
zijn lichamelijke handelingen, zelfs de meest intieme, en dit altijd weer
opnieuw. Daarover moeten wij ervaringen uitwisselen en kennis opbouwen,
emotioneel getinte kennis. Dát is de kern van onze professionaliteit.
Cora van der Kooij is inhoudelijk directeur van IMOZ, het instituut dat
zich bezig houdt met ontwikkelen en invoeren van belevingsgerichte zorg. Zij
schreef hierover het boek ‘Gewoon lief zijn? Het maieutisch zorgconcept en
het verzorgen van mensen met dementie’. Uitgave Lemma, 2002. Zie verder de
website van IMOZ,
www.IMOZ.nl.
voor meer informatie en artikelen.
De Schildershoek, Om & Bij en
Rivierenbuurt werken nauw samen met het IMOZ. Belevingsgerichte zorg is in
onze ogen een goede manier om interculturele zorg vorm te geven. Je kan
alleen betrokken zijn als je in de ander, waar deze ook vandaan komt,
geïnteresseerd bent. Dat betekent actief je willen verplaatsen in de ander,
in andere culturen en in andere belevingen.
|
Titel: |
Als je goed luistert ligt het antwoord in de
vraag besloten |
|
Inleiding: |
Pragmatische aspecten van (interculturele)
communicatie binnen het zorgsysteem |
|
Datum: |
2003 |
|
Auteur: |
Joost Cornelissens |
|
Uitgave: |
Gerion lezing in het kader van Het
multiculturele verpleeghuis |
|
|
<download> |
|
Titel: |
Vraagsturing is écht luisteren; methodiek
belevingsgericht luisteren |
|
Inleiding: |
Een verhaal van José Reijnen, zorgmanager
extramurale/transmurale verpleeghuiszorg, Cluster Centrum GDVV-Groep en
Vidya Kallasingh, hoofd zorg en welzijn, Cluster Centrum GDVV-Groep over
vraagsturing |
|
Datum: |
2002 |
|
Auteur: |
José Reijnen, Vidya Kallasingh |
|
Uitgave: |
Arcares
(Forumdag 2002) |
|
|
<download> |
|
|